Uria aalge
De Zeekoet is een middelgrote vogel, ongeveer 40 tot 50 cm lang, met een spanwijdte van 90 tot 100 cm. Het adulte verenkleed is met een zwarte rug en witte buik, terwijl jonge vogels een bruinachtige kleur hebben met vlekken. Er is een klein verschil in uiterlijke kenmerken tussen mannelijke en vrouwelijke zeekoeten, maar die zijn vaak niet makkelijk waar te nemen. Ze kunnen verward worden met andere alken zoals de Alk, maar zijn groter en hebben een langere snavel.
Zeekoeten zijn afhankelijk van zee-ecosystemen en hun dieet bestaat voornamelijk uit vis, zoals haring en andere kleine vissen die ze onder water vangen. Ze broeden op steile kliffen, vaak in kolonies, en leggen hun eieren in een nest van landplanten en schapenhaar. De broedperiode is meestal van mei tot juli. Tijdens het voeden duiken ze snel naar beneden en kunnen tot meer dan 1 minuut onder water blijven. In de winter trekken ze naar open zee in plaats van zich op het land te vestigen.
In Nederland zijn Zeekoeten het hele jaar door aanwezig, met een piek in aantallen tijdens de wintermaanden wanneer ze naar de kustgebieden van de Noordzee trekken. Tijdens het broedseizoen zijn ze vooral te zien in de Waddenzee en langs de kust van Zeeland. Zeokoeten zijn over het algemeen redelijk algemeen, maar de aantallen kunnen fluctueren afhankelijk van het seizoen en de voedselbeschikbaarheid.
De Zeekoet staat in Nederland op de Rode Lijst als een kwetsbare soort. De populatie is in het verleden afgenomen door jacht en verstoring van hun broedgebied, maar blijkt nu zich enigszins te herstellen. Belangrijke bedreigingen blijven bestaan, zoals veranderingen in het milieu, voedselbeschikbaarheid en verstoring door menselijke activiteiten.