Capreolus capreolus
De ree heeft een schofthoogte van 75 tot 100 cm en een gewicht van 15 tot 30 kg. Mannetjes hebben een dikhornige gewei dat jaarlijks verliest, terwijl vrouwtjes geen gewei hebben en kleiner zijn. De vacht van de ree is in de zomer bruin en in de winter grijsbruin, met een kenmerkende witte vlek op de achterzijde. Reëen kunnen worden verward met damherten, maar zijn kleiner en hebben geen sp already it's not an issue the gewei.
Reeën prefereren open bosgebieden, bossen met open ondergroei en landbouwgebieden met voldoende dekking. Hun dieet bestaat voornamelijk uit gras, bladeren, scheuten en schors. De voortplanting vindt plaats in de zomer, en na een draagtijd van ongeveer 240 dagen worden meestal één of twee jongen geboren in het voorjaar. Reeën zijn niet trekkend, maar blijven meestal binnen hun territorium.
In Nederland komt de ree verspreid voor, met een hogere concentratie in de bosrijke gebieden van de Veluwe en Drenthe. In België is de soort vooral te vinden in de Ardennen en sommige bosrijke gebieden. Reeën zijn redelijk algemeen, maar de populatie kan variëren naar gelang de omstandigheden. Ze zijn het hele jaar door actief en vooral 's avonds en 's ochtends zichtbaar.
De ree staat in Nederland en België onder bescherming volgens de Wet natuurbescherming. De populatie wordt over het algemeen als stabiel beschouwd, maar is lokaal beïnvloed door habitatverlies en verkeersslachtoffers. Er zijn geen significante bedreigingen bekend die de soort op grote schaal in gevaar brengen.