Turdus iliacus
De Koperwiek is een relatief kleine lijster, met een lengte van ongeveer 20 tot 23 cm. Zijn bovenzijde is olijfbruin tot grijsbruin, terwijl de kastanjebruine flanken opvallend zijn. De onderzijde is wit met zwarte vlekken. Mannetjes en vrouwtjes verschillen nauwelijks in uiterlijk, maar jonge Koperwijken hebben een minder uitgesproken kleur en kunnen meer grijs zijn. De Koperwiek kan verwarrend zijn met de Zanglijster, maar het ontbreken van een duidelijke witte staartbijrand en de kortere staart maken de identificatie eenvoudiger.
Koperwijken zijn vaak te vinden in bossen, parken en tuingebieden met een rijke ondergroei. Ze voeden zich voornamelijk met bessen, fruit en insecten. De soort nestelt voornamelijk in struiken of laaghangende takken, waar het nest van takken en bladeren wordt gebouwd. Ze zijn meer bekend als wintergast in Nederland en België, waarbij ze vaak in grote groepen foerageren. Hun trekgedrag is voornamelijk gericht op het zoeken naar wat voedselrijke gebieden.
In Nederland en België zijn Koperwijken vooral te zien in de wintermaanden, van oktober tot april. Ze zijn gedeeltelijk trekvogels en vliegen naar het zuiden vanuit hun broedgebieden in Scandinavië en Rusland. Tijdens de winter zijn ze niet zeldzaam en kunnen ze op verschillende locaties worden aangetroffen, soms in grotere groepen. In de zomermaanden zijn ze minder zichtbaar, omdat ze zich dan in de broedgebieden verplaatsen en nestelen.
De Koperwiek staat als soort niet als bedreigd op de Nederlandse rode lijst, en de populatie lijkt stabiel. De belangrijkste bedreigingen zijn habitatverlies en veranderingen in voedselbronnen door klimaatverandering. Daarnaast kunnen stranding op de wegen en predatie door huisdieren een impact hebben op de lokale populaties. Voor de bescherming is het belangrijk om geschikte leefgebieden met voldoende voedsel te behouden.