Surnia ulula
De Sperweruil heeft een lengte van ongeveer 35 tot 40 cm en een spanwijdte van 85 tot 100 cm. Het mannetje is meestal iets kleiner dan het vrouwtje. Hun verenkleed is grijsbruin met lichtere en donkere strepen, wat hen helpt te camoufleren in hun omgeving. Een belangrijke verwarring is met de Steenuil, maar de Sperweruil is groter en heeft een andere snavelvorm. Jonge vogels hebben een vacht die lichter en minder gestreept is.
Sperweruilen komen voor in boreale en gemengde bossen, waar ze meestal in bomen of op takken zitten. Hun dieet bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren, vogels en insecten. De voortplanting vindt plaats in het voorjaar, waarbij het vrouwtje 3 tot 6 eieren legt in een nest op de grond of in een boomholte. Sperweruilen zijn deels trekvogels, waarbij sommige individuen in de winter naar zuidelijkere gebieden migreren.
In Nederland is de Sperweruil een zeldzame broedvogel, die vooral voorkomt in de noordelijke provincies, zoals Drenthe en Groningen. In België is de soort even zeldzaam, met een beperkte maar stabiele populatie in de Oost-Vlaamse bossen. De beste kans om de Sperweruil te zien is tijdens de donkere uren in de schemering of nacht.
De Sperweruil staat op de Rode Lijst als kwetsbaar in Nederland en België. De populatie neemt af door habitatverlies en verstoring van plekken waar ze zich voortplanten. Beschermingsmaatregelen zijn gericht op het behoud van hun natuurlijke leefgebied en het creëren van rustige zones waar deze vogels zich veilig kunnen voortplanten.