Recurvirostra avosetta
De kluut is een elegant ogende vogel met een zwart-wit verenkleed. De kop, nek en borst zijn gedeeltelijk zwart, terwijl de rest van het lichaam wit is. Het meest opvallende kenmerk is de dunne, lange snavel die omhoog gekromd is. De poten zijn lang en blauwgrijs, wat bijdraagt aan het kenmerkende uiterlijk. Mannetjes en vrouwtjes zijn uiterlijk moeilijk van elkaar te onderscheiden. Juveniele kluten hebben een meer vaag getekend verenkleed met minder contrasterende kleuren. De kluut kan worden verwisseld met de steltkluut, maar die heeft een recht snavel en zwarte vleugelpunten.
Kluten leven vooral in ondiepe, brak- tot zoutwatergebieden zoals modderbanken, wadden en kustlagunes. Ze voeden zich met kleine waterdieren, waaronder wormen, schaaldieren en insectenlarven, die ze met hun unieke snavel uit het water zeven. Hun voedselzoektechniek omvat een karakteristieke heen-en-weergaande beweging van de snavel. De broedperiode loopt van april tot juli, waarbij de kluut haar nest meestal direct op de grond maakt, in open en soms zanderige gebieden. Na de broedtijd trekken veel kluten weg naar warmere gebieden, al blijven sommigen in Nederland en België overwinteren.
In Nederland is de kluut vooral te vinden in kustgebieden zoals de Waddenzee, en in België komt hij voor aan de kuststreken en sommige geschikte binnenlandse moerasgebieden. De soort is relatief algemeen in geschikte habitats tijdens het broedseizoen, terwijl de aantallen in de winter dalen. In de lente en zomer is de kans om kluten te zien het grootst.
De kluut staat op de Rode Lijst van vogels als gevoelig in Nederland, voornamelijk door habitatverlies en verstoring. Het behoud van geschikte broedgebieden en voedselrijke kuststroken is cruciaal voor de instandhouding van de soort.