Jynx torquilla
De Draaihals is een vrij kleine vogel, ongeveer 20 tot 22 cm lang. Hij heeft een schubachtige, bruinachtige kleur, wat zorgt voor een uitstekende camouflage. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, hoewel mannetjes vaak iets groter zijn. Jonge Draihalsen zijn lichter van kleur en hebben minder uitgesproken patroonvorming. Ze kunnen verwarring veroorzaken met andere spechten, maar de Draaihals heeft een kenmerkende lange, smalle snavel en een andere lichaamshouding, wat hem onderscheidt.
Draaihalsen geven de voorkeur aan open bosgebieden, vooral met sommige gemengde boomsoorten en een ondergroei van heide of gras. Hun dieet bestaat voornamelijk uit termieten, insecten en larven, die ze met hun lange snavel uit de schors van bomen kunnen halen. Het paarseizoen loopt van april tot juni, waarbij de vrouwtjes een nest in een holte maken en eieren leggen. De Draaihals is een gedeeltelijke trekvogel; sommige individuen migreren naar warmere gebieden in de winter, terwijl anderen in hun broedgebied blijven.
In Nederland en België is de Draaihals een zomergast die tussen april en september aanwezig is. Ze zijn voornamelijk te vinden in de oostelijke en zuidelijke delen van Nederland, en zijn tegenwoordig zeldzamer dan in het verleden. Hun verspreiding is afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikte leefgebieden, zoals oude bossen en heides.
De Draaihals staat op de lijst van beschermde vogelsoorten in Nederland en België. De soort heeft te maken met habitatverlies door verstedelijking en intensieve landbouw, wat leidt tot een achteruitgang in populaties. De trend is zorgwekkend; het aantal broedparen neemt af. Verdere bescherming van leefgebieden is essentieel voor het behoud van deze soort.