Falco subbuteo
De boomvalk heeft een lengte van 30-35 cm en een spanwijdte van 74-84 cm. De man heeft een blauwe bovenzijde en een lichte onderzijde met donkere strepen, terwijl het vrouwtje een bruinere bovenzijde heeft met een meer gemarmerde onderzijde. Jonge boomvalken zijn bruin met lichtere spikkels. Ze kunnen verward worden met de torenvalk, maar deze laatste heeft een kortere staart en een andere bouw. De boomvalk is ook slanker dan de meeste andere valken.
Boomvalken geven de voorkeur aan open landschappen met een mix van bomen en graslanden. Hun dieet bestaat voornamelijk uit insecten zoals libellen, maar ook kleine vogels worden soms gevangen. In het broedseizoen, van april tot juli, bouwen ze hun nest in hoge bomen of soms op gebouwen. Ze maken gebruik van een territorium dat ze actief verdedigen. Boomvalken zijn trekvogels en zijn in Nederland voornamelijk te zien van april tot oktober.
In Nederland en België is de boomvalk voornamelijk een zomergast en komt hij voor in de maanden van april tot september. Hij nestelt in bossen en op open plekken met voldoende hoge bomen. De soort is vrij algemeen in bepaalde delen van Nederland, met name in het oosten en zuiden, maar kan in andere gebieden zeldzamer zijn. In België komt hij voornamelijk voor in de vlakke landschappen en bossen.
De boomvalk staat als kwetsbaar op de Rode Lijst van vogels in Nederland, en de populatie fluctueert, maar vertoont de laatste jaren een lichte stabilisatie. Bedreigingen omvatten habitatverlies door ontbossing en intensieve landbouw. Daarnaast zijn ze gevoelig voor het gebruik van pesticiden, die hun prooien kunnen aantasten.