Dama dama
Damherten zijn middelgroot, met een schouderhoogte van ongeveer 90 tot 100 cm. Mannetjes hebben een zware bouw met een breed, plat gewei dat in het voorjaar gevormd wordt en in de winter afvalt. Vrouwtjes zijn slanker en lichter van kleur. Hun vacht is bruin met witte vlekken, terwijl de onderzijde en de staart wit zijn. Jonge damherten zijn meestal kleiner en hebben een meer gespikkelde vacht. Ze kunnen verwarring opleveren met andere hertensoorten, zoals het ree of het edelhert, maar zijn meestal simpel te herkennen aan hun vacht en het gewei van de mannetjes.
Damherten leven voornamelijk in bossen, parken en open graslanden en hebben de voorkeur voor gebieden met voldoende voedsel en beschutting. Hun dieet bestaat uit gras, bladeren, scheuten en schors. Ze zijn herbivoor en hebben een vrij breed dieet. De voortplanting vindt plaats in de herfst, waarbij het mannetje paren met meerdere vrouwtjes. De draagtijd bedraagt ongeveer 230 dagen en de vrouwtjes brengen meestal één kalf ter wereld. Damherten vertonen geen trekgedrag, maar kunnen in de winter wel naar andere gebieden verhuizen op zoek naar voedsel.
In Nederland zijn damherten vooral te vinden in de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug, maar ze komen ook voor in andere bosrijke gebieden en parken. In België zijn ze met name aanwezig in het Zoniënwoud en in verschillende natuurreservaten. De soort is algemeen in deze gebieden, maar hun populaties kunnen fluctueren afhankelijk van voedselbeschikbaarheid en jacht. Vooral in natuurgebieden worden ze vaak waargenomen.
Damherten zijn niet bedreigd en worden vaak als niet-inheemse soort gekenschetst in sommige gebieden. De populaties zijn over het algemeen stabiel, al kunnen ze lokaal onder druk staan door jacht en habitatverlies. Er zijn geen specifieke beschermingsmaatregelen nodig voor damherten, maar ze zijn wel onderhevig aan wet- en regelgeving omtrent jacht in Nederland en België.