Bubo bubo
Oehoel zijn grote vogels met een spanwijdte van 160 tot 190 cm. Ze hebben een stevige bouw, een lichtbruine tot grijze verenstructuur met donkere vlekken en twee opvallende oorpluimen. Mannetjes zijn vaak iets kleiner dan vrouwtjes, die doorgaans zwaarder zijn. Jongere Oehoel hebben een andere kleurstelling, met meer donzige en lichtere veren, waardoor ze verwarrend kunnen zijn met andere uilen zoals de Velduil of de Kerkuil, maar de grote omvang en het formaat maken hen in principe goed herkenbaar.
Oehoel geven de voorkeur aan open en bosrijke gebieden voor hun leefomgeving, vaak dicht bij rotsachtige kliffen waar ze broeden. Hun dieet bestaat voornamelijk uit knaagdieren, maar ook vogels en kleine zoogdieren staan op het menu. Het broeden vindt meestal plaats in het vroege voorjaar; het vrouwtje legt gemiddeld 2 tot 4 eieren. Oehoel zijn standvogels, maar kunnen in bepaalde omstandigheden wel kortere afstanden afleggen om voedsel te zoeken.
In Nederland zijn Oehoel voornamelijk te vinden in de Veluwe en delen van Limburg. Ze zijn relatief zeldzaam, maar worden steeds vaker gespot in andere gebieden door verbeterde broeimogelijkheden en bescherming. In België komen ze voor in gebieden zoals de Ardennen en zijn zij ook zeldzaam, maar aanwezig in enkele bossen. De beste tijd om ze te observeren is in de schemering of tijdens de nacht.
De Oehoe is in Nederland en België een beschermde soort, wat betekent dat er maatregelen zijn genomen om zijn leefgebied en voortplantingsgebieden te beschermen. De populatie is in de afgelopen jaren toegenomen dankzij beschermingsprojecten, maar bedreigingen zoals habitatvernietiging en verstoring tijdens het broedseizoen blijven een zorg. Momenteel is de trend licht stijgend, maar monitoring is noodzakelijk.