Branta leucopsis
De brandgans is een middelgrote gans met een zwart-witte tekening. Het hoofd en de hals zijn zwart, met een witte wangkleur en voorhoofd dat scherp contrasteert. De rug en vleugels hebben een zilvergrijze kleur met zwarte strepen, terwijl de buik lichtgrijs tot wit is. Mannetjes en vrouwtjes lijken sterk op elkaar, maar vrouwtjes zijn iets kleiner. Juveniele vogels zijn doffer van kleur en missen het scherpe contrast van de volwassen vogels. Verwar de brandgans niet met de Canadese gans, die groter is en een volledig zwarte kop en nek heeft zonder een witte wangkleur.
Brandganzen zijn graseters die vaak te vinden zijn op graslanden, weilanden en kwelders. Ze grazen in groepen en voeden zich voornamelijk met gras, kruiden en granen. De soort broedt in kolonies op rotsachtige eilanden in het noordpoolgebied, waarbij de nesten vaak goed verborgen zijn. In de winter trekken brandganzen massaal naar West-Europa, waaronder Nederland en België, waar ze profiteren van de milde winters en overvloedige voedselbronnen.
In Nederland en België zijn brandganzen vooral te zien tijdens de wintermaanden, van oktober tot maart. Ze zijn algemeen in wetlands, uiterwaarden en agrarische graslanden, vooral in provincies zoals Friesland, Zeeland en Flevoland. Buiten het overwinteringsseizoen worden ze sporadisch waargenomen.
De brandgans staat niet op de lijst van bedreigde soorten en heeft een stabiele tot licht toenemende populatie dankzij beschermingsmaatregelen en een toename van geschikte overwinteringsgebieden.