Ardea ibis
De Westelijke koereiger heeft een lengte van ongeveer 60 tot 70 cm en een spanwijdte van 90 tot 100 cm. Zijn verenkleed is overwegend wit, met een zwarte kleur rond de ogen. Er is geen duidelijk verschil tussen mannetjes en vrouwtjes, maar jongen zijn iets kleiner en hebben meestal een iets meer beige kleurige tint. Hij kan verward worden met de grote zilverreiger, maar deze laatste heeft een langere nek en andere snavelvorm.
De Westelijke koereiger leeft voornamelijk in moerassige gebieden, rijstvelden en in de buurt van vee. Hij voedt zich met insecten, kleine visjes en andere ongewervelden die hij vangt op het land of in het water. Tijdens het broedseizoen, dat in Nederland meestal van april tot juni valt, maakt hij nesten in bomen of struiken. Het trekgedrag is niet goed gedocumenteerd voor deze soort in Nederland.
In Nederland is de Westelijke koereiger vooral te zien in de maanden van april tot oktober. Hij komt voor in het westen en zuiden van het land, maar is over het algemeen zeldzaam. In België is de soort ook sporadisch waargenomen, vooral in de noordoostelijke en zuidelijke delen.
De Westelijke koereiger staat op de Nederlandse Rode Lijst als kwetsbaar. De soort heeft te maken met habitatverlies door onder andere intensieve landbouw en verdroging van moerasgebieden. De populatie in Nederland fluctueert, maar er zijn geen betrouwbare gegevens over de exacte trend.