De Kievit heeft een lengte van ongeveer 30 tot 35 centimeter en een spanwijdte van 75 tot 80 centimeter. Hij heeft een zwarte bovenkant, witte onderkant, een kenmerkende kuif en een lange, spitse staart. Mannetjes zijn vaak iets groter dan vrouwtjes en hebben een intensere kleur. Jonge Kieviten zijn bruin en minder opvallend gekleurd dan de volwassenen. Ze kunnen verwarring oproepen met andere steltlopers, maar hun typische kuif en bewegingspatroon maken ze vaak gemakkelijk te identificeren.
Kieviten leven voornamelijk in open graslanden, weilanden en akkers, waar ze zich voeden met bodemdieren. Hun dieet bestaat uit insecten, wormen en andere kleine ongewervelden. Het broedseizoen vindt plaats van maart tot juli, waarin het vrouwtje meestal 3 tot 4 eieren legt in een ondiepe kuil. Na circa 28 dagen komen de eieren uit. In de herfst trekken sommige Kieviten naar het zuiden, maar een deel blijft in Nederland en België, afhankelijk van de weersomstandigheden.
Kieviten zijn vrij algemeen in Nederland en België, vooral in het open agrarische landschap. In Nederland zijn ze het meest te zien in het voorjaar en de vroege zomer, tijdens het broedseizoen. In de winter zijn ze vooral te vinden in weilanden en op akkers. De soort is de laatste jaren echter in aantal afgenomen, wat de kans op waarnemingen kan beïnvloeden.
De Kievit staat op de rode lijst van bedreigde diersoorten in Nederland, waar hij wordt beschouwd als kwetsbaar. De trend is achteruitgaand, voornamelijk door het verlies van leefgebied en intensivering van de landbouw. Verdere bedreigingen zijn predatie van eieren en jonge vogels door katten en anderen, en het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw.