Tichodroma muraria
Rotskruipers hebben een lengte van ongeveer 14 tot 15 centimeter en een spanwijdte van 25 tot 30 centimeter. Hun uiterlijk is grijs met bruinachtige aanzetten en een lichte buik. De vleugels zijn donkerder, met witte vleugelpuntjes die goed zichtbaar zijn bij het vliegen. Het mannetje en vrouwtje zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, en ook jongen hebben een vergelijkbaar uiterlijk. Rotskruipers kunnen verward worden met andere kleine zangvogels, maar hun unieke klimmende gedrag en kleurpatroon maken ze vrij herkenbaar.
Rotskruipers leven voornamelijk in ruige, rotsachtige gebieden, zoals bergachtige gebieden en steile kliffen. Ze voeden zich met insecten en andere ongewervelde dieren die ze vinden tussen de rotsen. De voortplanting vindt plaats in het voorjaar, waarbij het vrouwtje meestal een nest bouwt in spleten en kieren van de rotsen. Rotskruipers zijn over het algemeen standvogels, maar kunnen zich in de winter naar lagergelegen gebieden verplaatsen wanneer er sneeuw ligt in hun gebruikelijke leefgebied.
In Nederland is de Rotskruiper een zeer zeldzame broedvogel, te vinden in de bergachtige gebieden van bijvoorbeeld Zuid-Limburg. Hij is het hele jaar door sporadisch waar te nemen, vooral tijdens migraties in het voorjaar en najaar. In België komt de soort in zeer beperkte mate voor, voornamelijk in de Ardennen. De totale populatie is klein, waardoor de kans om deze vogel te zien beperkt is.
De Rotskruiper staat onder bescherming, maar de exacte beschermingsstatus in Nederland en België is niet volledig bekend. De soort heeft te maken met habitatverlies door verstedelijking en veranderingen in landgebruik. Er zijn geen recente gegevens over populatietrends, maar lokale achteruitgang is mogelijk door de schaarste aan geschikte leefgebieden.