Thymelicus lineola
Het Zwartsprietdikkopje heeft een spanwijdte van ongeveer 25 tot 30 millimeter. De vleugels zijn oranje met donkere vlekken, vooral op de voorvleugels, die bijna zwart lijken. Mannelijke en vrouwelijke vlinders zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, maar mannetjes hebben vaak een intensere kleur en leren vleugelstructuur. Ze kunnen verwarring oproepen met andere dikkopjes, zoals het Bont Dikkopje, maar de specifieke kleur en tekeningen maken de identificatie mogelijk.
Deze vlinder komt voor in graslanden, ruigten en aan randen van akkers. De rupsen voeden zich voornamelijk met grassen, wat essentieel is voor hun groei. De voortplanting vindt plaats in de late lente en de vlinders leggen hun eieren op de juiste grasplanten. De soort heeft geen duidelijk trekgedrag, maar het kan zich wel verplaatsen naar nieuwe gebieden wanneer de omstandigheden dat vereisen.
In Nederland komt het Zwartsprietdikkopje voor in de meeste provincies, met een concentratie in Zuid-Holland en Gelderland. De soort is vooral actief van mei tot september, afhankelijk van de weersomstandigheden. Over het algemeen is het Zwartsprietdikkopje vrij algemeen, maar lokale schommelingen in populaties kunnen optreden door veranderingen in het leefgebied.
Het Zwartsprietdikkopje is momenteel niet specifiek beschermd, maar de algehele trend van de soort lijkt stabiel te zijn. Bedreigingen zijn onder andere habitatverlies door intensieve landbouw en verstedelijking. De soort profiteert in sommige gebieden van natuurbeheer en het onderhoud van graslanden.