Tadorna tadorna
De Bergeend heeft een grootte van ongeveer 60 tot 70 cm en een breed lichaam. Mannelijke en vrouwelijke Bergeenden verschillen in uiterlijk: de man is kleurrijk met een groene kop, witte hals en kastanjebruin lichaam, terwijl het vrouwtje een meer gedempte, bruinachtige kleur heeft. Jongere vogels hebben nog niet de volle kleurenschema van hun ouders en zijn vaak minder opvallend. Verwisseling kan optreden met andere eendensoorten zoals de Witte Kwikstaart, maar de combinatie van de specifieke kleuren en patronen maakt de herkenning relatief eenvoudig.
Bergeenden geven de voorkeur aan open water en natte gebieden, waar ze zich voeden met gras, waterplanten en zaden. Ze zijn het hele jaar door te zien in de wijdere regio's, maar in sommige gebieden trekken ze in de winter naar mildere klimaatzones. Hun broedtijd valt in het voorjaar, waarbij het vrouwtje vaak een nest op de grond bouwt, meestal in de nabijheid van water. Ze zijn bekend om hun sociale gedrag en vormen vaak grote groepen buiten het broedseizoen.
In Nederland en België is de Bergeend een schaarse broedvogel die voornamelijk te zien is in de gaten en binnenwateren van het kustgebied. Tijdens de trekperiodes, vooral in de herfst en lente, kunnen ze in grotere aantallen in het binnenland worden gezien. De soort is niet alomtegenwoordig, maar zustertussen nauwe gebieden zoals zoetwaterplassen en moerasachtige gebieden is hij sporadisch te observeren.
De Bergeend staat op de Nederlandse Rode Lijst als kwetsbaar. De populatie heeft in de afgelopen jaren een lichte daling gekend door habitatverlies en verstoring. De belangrijkste bedreigingen zijn het verlies van natte leefgebieden door drainage en akkerbouw, alsook verstoring door menselijke activiteit in hun leefomgeving.