Streptopelia decaocto
De Turkse tortel is ongeveer 32 tot 34 cm groot met een slank postuur. De kleur is overwegend grijsbruin, met een lichtgekleurde onderbuik en een lange, spitse staart. Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk van uiterlijk, maar jonge vogels hebben een minder opvallende nekvlek en een meer bruine tint. De soort kan soms verward worden met de iets kleinere en minder algemene houtduif, maar de langere staart en de specifieke roep maken het verschil vaak duidelijk.
De Turkse tortel komt voor in een verscheidenheid aan leefomgevingen, van steden tot open land. Ze voeden zich voornamelijk met zaden, granen en bessen. Tijdens de voortplanting maakt het paar lokroep en bouwen samen een eenvoudig nest van takjes in bomen of struiken. Ze kunnen het hele jaar door nestelen, afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel. Turkse tortels zijn in het algemeen sedentaire vogels, maar kunnen zich in bepaalde seizoenen verspreiden naar andere gebieden op zoek naar voedsel.
In Nederland en België is de Turkse tortel een veelvoorkomende soort, vooral in stedelijke gebieden en landbouwgronden. Ze zijn het hele jaar door aanwezig en soms met grotere aantallen te zien tijdens de broedtijd in de lente en zomer. De soort heeft zich de afgelopen decennia goed verspreid en is nu een vaste bewoner in veel delen van het land, maar er zijn nog steeds gebieden waar ze minder vaak worden gezien.
De Turkse tortel is niet bedreigd en wordt niet als kwetsbaar beschouwd. De soort heeft een stabiele populatie in Nederland en België, vooral door de aanpassing aan stedelijke gebieden. Er zijn momenteel geen specifieke bedreigingen bekend die een groot effect hebben op hun populatie. Echter, veranderingen in het landgebruik kunnen op lange termijn hun leefgebied beïnvloeden.