Sternula albifrons
De Dwergstern is een kleine vogel met een lengte van ongeveer 25 tot 30 cm en een spanwijdte van 60 tot 70 cm. Hij heeft een wit lichaam, een lichtgrijze rug en een zwart gekapte kop tijdens het broedseizoen. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. Jonge vogels hebben een minder duidelijke kap en zijn vaak bruiniger van kleur. De soort kan verward worden met de grotere Visdief of andere sterns, maar is te herkennen aan zijn kleinere formaat en specifieke kleurpatroon.
De Dwergstern leeft meestal in ondiepe kustwateren, zoals baaien, rivieren en estuaria. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit kleine visjes en schaaldieren die hij vangt door te duiken of te vissen vanaf de lucht. Ze broeden in kolonies op zand- of grindplaten en leggen meestal 1 tot 3 eieren in een ondiepe kuil. De soort heeft een nomadisch trekgedrag, maar informatie over specifieke trekpaden is beperkt.
In Nederland en België is de Dwergstern te zien langs de kust, vooral tijdens het broedseizoen van mei tot augustus. Ze zijn het meest te vinden in ongerepte gebieden zoals zandplaten en modderbanken. In Nederland zijn ze als zeldzaam aangemerkt, terwijl ze in België nog schaarser zijn. Hun aanwezigheid is afhankelijk van geschikte broedplaatsen en voedselbronnen.
De Dwergstern staat op de Nederlandse Rode Lijst als kwetsbaar en hun populatie vertoont een dalende trend door verlies van broedgebieden en verstoring door menselijke activiteiten. Belangrijke bedreigingen zijn onder andere habitatverlies door kustafgraving, opwarming van de aarde en predatie van eitjes door andere dieren. Beschermingsmaatregelen zijn nodig om hun voortbestaan te waarborgen.