Stercorarius skua
De Grote jager heeft een robuuste lichaamsbouw en een lengte van 55 tot 60 cm, met een spanwijdte van zo'n 140 tot 150 cm. Zijn veren zijn overwegend bruin-en-lichter van kleur, met een blekere onderzijde. Mannetjes en vrouwtjes zijn qua uiterlijk gelijk, maar mannetjes zijn vaak groter. Jonge vogels hebben een meer gespreid kleurpatroon met lichtere onderdelen en zijn moeilijker te herkennen. De Grote jager kan verward worden met andere jagers, zoals de Roodkeelduiker, maar onderscheidt zich door zijn grotere formaat en andere kleurpatronen.
De Grote jager komt voor in arctische en subarctische gebieden en broedt voornamelijk op ruige, afgelegen eilanden. Het dieet bestaat hoofdzakelijk uit vis, maar ook uit schelpdieren, zeehonden en aas. Ze zijn territoriaal tijdens het broedseizoen en bouwen hun nesten op de grond. De voortplantingstijd is meestal in het voorjaar, met een aantal eieren dat varieert van 1 tot 3 per nest. Ze migreren naar gebieden met warmer weer in de wintermaanden, vaak naar de kust van Europa en delen van Afrika.
In Nederland en België is de Grote jager een zeldzame broedvogel, maar kan soms worden waargenomen tijdens de migratie. Ze zijn voornamelijk te zien in de herfst en het vroege voorjaar, vaak langs de kust en op wadplaten. De soort is niet algemeen, maar heeft enkele waarnemingen in het Waddengebied en op verschillende zeegebieden. Het aantal waarnemingen varieert per jaar afhankelijk van de weersomstandigheden en voedselbeschikbaarheid.
De Grote jager staat onder bescherming van diverse natuurbeschermingswetgevingen, maar er is geen specifieke beschermingsstatus in Nederland en België. De soort ondervindt druk van klimaatverandering en verlies van leefgebied, maar gedetailleerde gegevens over de trend zijn niet beschikbaar. Verdere bedreigingen omvatten verstoring door menselijke activiteiten en de afname van visvoorraden.