
Soort · Jagers
Stercorarius parasiticus
Foto: Kleine jager door Johan van Beilen
De Kleine jager heeft een lengte van ongeveer 38 tot 45 cm en een spanwijdte van 100 tot 120 cm. Hij is te herkennen aan zijn slanke, langgerekte lichaam, met een relatief korte staart en scherpe, krachtige vleugels. Volwassen vogels hebben een donkerbruin verenkleed met een lichtere borst en een kenmerkende witte vlek op de vleugel. Mannetjes en vrouwtjes zijn vergelijkbaar in uiterlijk, hoewel vrouwtjes vaak iets groter zijn. Jongere vogels zijn lichter van kleur met een meer gevlekt patroon en kunnen verwarring opleveren met andere steltlopers.
De Kleine jager broedt op open tundra in het noorden en verlegt zijn habitat naar kustgebieden tijdens de wintermaanden. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit vis, kleine vogels en aas, die hij op uitdagende wijze van andere vogels afpakt. De voortplanting vindt meestal plaats in mei en juni, waarbij het vrouwtje 2-3 eieren legt in een ondiep nest. De soort is sterk migrerend en trekt in de winter naar zuidelijker gelegen gebieden, waar hij vaak in kustgebieden wordt aangetroffen.
In Nederland en België is de Kleine jager vooral zichtbaar tijdens de trektijd, van het late voorjaar tot het vroege najaar, met name aan de kustgebieden zoals de Waddenzee. De soort is niet algemeen en wordt geteld als een zeldzame doortrekker. In de broedperiode is de kans om deze vogel te zien in de noordelijke delen van Nederland en in specifieke natuurgebieden aanwezig, maar zijn verschijning blijft sporadisch.
De bescherming van de Kleine jager is een aandachtspunt, vooral gezien zijn afname in populatie op bepaalde locaties. De soort staat niet op de internationale rode lijst, maar lokale bedreigingen zijn onder meer habitatverlies en verstoring tijdens het broedseizoen. Er zijn geen actuele gegevens over de trend in Nederland en België, wat het moeilijk maakt om een leidraad voor de bescherming te geven.