Pyrrhula pyrrhula
De Goudvink heeft een robuuste bouw en een lengte van ongeveer 16 tot 18 centimeter. Mannetjes hebben een opvallend oranjerood verenkleed met een zwarte kruin, terwijl vrouwtjes een meer bescheiden bruinachtig uiterlijk hebben. Jongeren lijken op de vrouwtjes maar hebben een minder uitgesproken kleur. Ze kunnen verwarring oproepen met andere vinkensoorten, maar de combinatie van de snavelvorm en het kleurcontrast maakt ze vrij herkenbaar.
Goudvinken komen voor in gemengde en loofbossen, waar ze zich voeden met zaden, knoppen en vruchten. Tijdens het broedseizoen, dat meestal begint in april, bouwen ze hun nesten in de takken van bomen en struiken, waar ze hun eieren uitbroeden. De jongen kunnen na enkele weken al zelfstandig voedsel zoeken. Ze zijn niet migrerend, maar kunnen wel lokaal verhuizen naar gebieden met meer voedsel in de winter.
In Nederland en België is de Goudvink voornamelijk te zien in loofbossen, parken en tuinen. Hoewel ze een zekere afname in populatie vertonen, komen ze nog vrij algemeen voor. In de winter kan de soort ook in meer open gebieden worden waargenomen, waar ze op zoek zijn naar voedsel. Het is het hele jaar door mogelijk om ze te spotten, maar ze zijn vooral actief tijdens het broedseizoen.
De Goudvink staat niet op de lijst van bedreigde soorten, maar hun populatie vertoont een lichte afname. De meeste bedreigingen komen voort uit het verlies van leefgebied door ontbossing en intensieve landbouw. Er zijn momenteel geen specifieke beschermingsmaatregelen voor deze soort noodzakelijk, maar behoud van hun habitat is belangrijk.