Incidenteel/Periodiek. Minder dan 10 jaar achtereen voortplanting en toevallige gasten. Bron: Nederlands Soortenregister
De Noordse pijlstormvogel heeft een spanwijdte van 90 tot 100 cm en een lengte van 35 tot 40 cm. Uiterlijk is hij herkenbaar aan zijn donkere rug en lichte buik. Het gezicht en de keel zijn wit met een karakteristieke donkere oogstreep. Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk in uiterlijk, maar jonge vogels zijn vaak iets fletser van kleur. Ze kunnen verwarrend zijn met andere stormvogels, zoals de Gewone pijlstormvogel, maar deze laatste heeft een meer grijsachtige kleur en een andere vleugelstructuur.
De Noordse pijlstormvogel broedt op onbewoonde eilanden en rotsformaties. Tijdens het seizoen zoeken ze in ondiepe wateren naar voedsel, zoals kreeftachtigen en kleine vissoorten. Hun voortplanting vindt plaats in kolonies en de eieren worden gelegd in tunnels of kuilen in de grond. Ze zijn bekend om hun lange trektochten, waarbij ze van hun broedgebieden in de zomer naar de warme wateren van de Zuid-Atlantische Oceaan trekken tijdens de wintermaanden.
In Nederland en België is de Noordse pijlstormvogel vooral te zien in de periode van maart tot oktober. Ze zijn vooral te vinden voor de kust van Zeeland en op de Waddenzee, waar ze af en toe overvliegen. Deze soort is niet algemeen en wordt als zeldzaam beschouwd, mede door de beperkte broedlocaties en de afnemende zeevogelpopulaties.
De Noordse pijlstormvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten. De populatie vertoont een lichte afname door bedreigingen zoals klimaatverandering en vervuiling van zeeën. Beschermingsmaatregelen zijn gericht op het behoud van hun broedgebieden en het minimaliseren van verstoringen tijdens het broedseizoen.