Ptyonoprogne rupestris
De rotszwaluw heeft een slank lichaam, lange, smalle vleugels en een diep ingesneden staart. De bovenkant is grijsbruin en de onderzijde is lichter van kleur met een duidelijk afgetekende, bruine borst. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk te onderscheiden, maar volwassen vogels hebben vaak meer kleurcontrast dan jonge vogels, die er meer effen uitzien. Verwarring kan optreden met de huiszwaluw, maar de rotszwaluw heeft een minder afgeronde staart en een andere vleugelvorm.
Rotszwaluwen broeden in kliffen, onder bruggen of in spaarzaam bebouwde gebieden. Ze bouwen hun nesten van modder en gras, vaak tegen rotswanden of gebouwen. Hun dieet bestaat voornamelijk uit insecten, die ze in de vlucht vangen. Rotszwaluwen zijn migranten; in de herfst vertrekken ze naar warmere gebieden in Afrika en keren in het voorjaar terug naar hun broedgebieden.
In Nederland en België is de rotszwaluw een zeldzame broedvogel, die vooral in het zuiden van Nederland en de Ardennen in België voorkomt. Ze zijn meestal te zien van april tot september. Door de afname van geschikte nestlocaties en veranderingen in het landschap, zijn rotszwaluwen minder algemeen geworden, waardoor ze met uitsterven bedreigd kunnen zijn.
De rotszwaluw staat op de Nederlandse Rode Lijst als kwetsbaar. De populatie neemt af door het verlies van broedplaatsen en veranderingen in het agrarisch landschap. Daarnaast worden ze bedreigd door de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme weersomstandigheden.