Platalea leucorodia
De Lepelaar heeft een lengte van gemiddeld 75 tot 90 cm met een spanwijdte van 120 tot 145 cm. Het mannetje en vrouwtje zijn gelijk in uiterlijk, maar de volwassen Lepelaar is goed te onderscheiden van jongere vogels, die een bruiniger verenkleed hebben. De lepelvormige snavel is een van de meest kenmerkende kenmerken. Hiermee kan verwarring optreden met de zwarte ibis, die echter een andere snavelvorm en kleur heeft.
Lepelaars leven voornamelijk in ondiepe wateren en broeden in kolonies in moerassen en plaatgebieden. Hun dieet bestaat uit vis, amphibieën en ongewervelden die ze met hun snavel uit het water scheppen. Ze zijn sociale vogels die vaak in groepen jagen en zich verzamelen op geschikte broedlocaties. Lepelaars zijn gedeeltelijk trekvogels; in de winter trekken sommige vogels naar het zuiden, terwijl anderen in Nederland en België blijven.
In Nederland broeden Lepelaars voornamelijk in de Waddenregio, Oost-Nederland en in enkele gebieden in het zuiden van het land. Ze zijn ook te zien in België, vooral in moerassige gebieden. De soort is in de afgelopen decennia weer algemener geworden door restauratie van natuurgebieden, maar het aantal broedparen fluctueert.
De Lepelaar staat op de Rode Lijst van Bedreigde Soorten als kwetsbaar, maar de populatie vertoont een opwaartse trend door beschermingsmaatregelen en verbetering van leefgebieden. Bedreigingen omvatten habitatverlies door landbouw en watervervuiling, wat de beschikbaarheid van broedlocaties en voedselbronnen beïnvloedt.