Phylloscopus trochiloides
De Grauwe fitis is een kleine zangvogel, ongeveer 11 tot 12 cm lang. Hij heeft een groene tot olijfachtige bovenkant en een gele onderzijde met een lichte oogring. Zowel mannetjes als vrouwtjes zijn moeilijk uit elkaar te houden, aangezien ze er vergelijkbaar uitzien. Jonge vogels hebben een minder uitgesproken kleur. De Grauwe fitis kan verwarring opleveren met de Groenling of de Tjiftjaf, maar is doorgaans te onderscheiden aan de snavel en de zang.
De Grauwe fitis bewoont voornamelijk loofbossen en struweel, waar hij zich voedt met insecten en andere kleine ongewervelden. De voortplanting vindt plaats van mei tot juni; het vrouwtje bouwt een nest in dichte vegetatie, vaak op enige hoogtes van de grond. Na het broedseizoen trekken veel Grauwe fitissen naar warmere gebieden in Afrika voor de winter, hoewel enkele ook in Nederland en België blijven.
In Nederland en België is de Grauwe fitis een schaarse broedvogel, die vooral voorkomt in bossen met voldoende ondergroei. Ze zijn vooral zichtbaar van april tot september, tijdens het broedseizoen. Deze soort is in recente jaren afgenomen, wat heeft geleid tot een zorgwekkende status in sommige gebieden.
De Grauwe fitis staat op de rode lijst als broedvogel met een afnemende populatie. De belangrijkste bedreigingen zijn het verlies van leefgebied door ontbossing en intensivering van de landbouw. Het behoud van natuurlijke bossen en gemengde landschappen is essentieel voor de bescherming van deze soort.