Phylloscopus sibilatrix
De fluiter is een middelgrote zangvogel van ongeveer 13 tot 14 cm lang. Hij heeft een olijf groene bovenzijde en een lichte, bijna witte onderzijde, met een sierlijke, witte wenkbrauwstreep. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk te onderscheiden, maar de zang van het mannetje is opvallend en kenmerkend voor de soort. Jongere vogels zijn minder fel gekleurd en kunnen verwarring opleveren met andere Phylloscopus-soorten, zoals de tjiftjaf, die ook een groene kleur heeft, maar een andere zang en minder duidelijke wenkbrauwstreep.
De fluiter houdt van gemengde bossen en struweel met een dichte ondergroei, waar hij zich voedt met insecten en andere kleine ongewervelden. In het voorjaar bouwt het vrouwtje een nest, vaak laag bij de grond, in de struiken of in de bosbodem. De soort is een trekvogel; in de herfst migreren ze naar warmer gebieden in Afrika. De trek naar het broedgebied vindt meestal plaats eind maart tot begin mei.
In Nederland en België is de fluiter een zomergast die vooral voorkomt in open loofbossen en dichtbegroeide gebieden. Hij arriveert in april en verdwijnt weer rond september. De fluiter is niet bijzonder algemeen, maar op geschikte locaties zoals parken en natuurgebieden worden ze steeds vaker waargenomen.
De fluiter staat op de Rode Lijst van vogels in Nederland, waar hij als 'kwetsbaar' wordt aangemerkt. De populatie vertoont een dalende trend door verlies van leefgebied en veranderingen in landgebruik. Daarnaast kan klimaatverandering invloed hebben op hun trekpatronen en broedsucces.