Phylloscopus inornatus
De Bladkoning is een relatief kleine zangvogel van ongeveer 11 tot 12 cm lang. Kenmerkend zijn de olijf-bruine bovenverering en de lichtgele onderzijde. De oogstreep is minder opvallend in vergelijking met soortgenoten zoals de Zwartkop of de Fitis, wat verwarring kan opleveren. Mannetjes en vrouwtjes zijn vrijwel identiek in uiterlijk, en jonge vogels lijken sterk op de volwassen exemplaren. De Bladkoning heeft een minder uitgesproken uiterlijk dan veel andere zangvogels, waardoor hij makkelijk over het hoofd kan worden gezien.
De Bladkoning heeft een voorkeur voor dichte bossen en struikgewas, waar hij zich voedt met insecten en andere ongewervelden. Tijdens het broedseizoen bouwt het vrouwtje een nest in de boslaag, vaak goed verborgen tussen bladeren en takken. De voortplanting vindt doorgaans plaats van mei tot juni, en een legsel bestaat meestal uit 4 tot 6 eitjes. De soort is migrerend en vertrekt in de herfst naar het zuiden, waarbij zijn trekroute vaak langs de kustgebieden van Europa voert.
In Nederland en België komt de Bladkoning zeer sporadisch voor, voornamelijk als overwinteraar of tijdens de trek. De soort wordt in het najaar af en toe gezien in parken en tuinen, vooral in de maanden september en oktober. Over het algemeen is de Bladkoning zeer zeldzaam in beide landen, met slechts enkele meldingen per jaar, vaak gefocust rondom opvanglocaties voor trekvogels.
De Bladkoning staat niet specifiek op de Nederlandse of Belgische rode lijst, maar zijn sporadische verschijning betekent dat er weinig tot geen gerichte beschermingsmaatregelen liggen. Algemeen wordt aangenomen dat verstedelijking en habitatverlies in zijn broedgebieden in Azië een bedreiging vormen. Verder zijn er geen specifieke trends bekend over de populatie in Europa.