Phylloscopus collybita
De Tjiftjaf (Phylloscopus collybita) is een kleine zangvogel die veel voorkomt in bossen, parken en tuinen in Nederland en België. Deze soort staat bekend om zijn kenmerkende melodieuze gezang, vooral in het voorjaar. De Tjiftjaf heeft een groene bovenkant en een geelachtige onderkant, met duidelijke oogstreepjes. Het is een veelvoorkomende soort die zich aanpast aan verschillende leefomgevingen.
De Tjiftjaf is ongeveer 12 tot 13 cm lang en heeft een lichtgebogen snavel. De bovenkant is olijfgroen, terwijl de onderkant geelachtig is. Volwassen vogels hebben een lichte oogstreep, en de flanken zijn soms lichtbruin. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk te onderscheiden aan de hand van uiterlijk; jongen zijn meestal doffer van kleur. De Tjiftjaf kan worden verwisseld met de Zwartkop, maar deze laatste heeft een donkerder kop en een andere zang.
De Tjiftjaf is voornamelijk te vinden in loofbossen, struweel en tuinen. Naast insecten en spinnen eet de Tjiftjaf ook bessen in de herfst. Het paarseizoen begint in april, waarbij het vrouwtje een nest bouwt in dicht struikgewas, meestal laag bij de grond. Ze leggen 4 tot 5 eieren die na ongeveer 12 dagen uitkomen. Tjiftjaffen zijn trekvogels: ze brengen de winter door in Zuid-Europa en Noord-Afrika.
In Nederland en België is de Tjiftjaf een algemene broedvogel. In het voorjaar komen ze terug van hun winterkwartieren en zijn ze vaak te horen in parken, tuinen en bossen. De soort is in de zomer goed zichtbaar en hoorbaar, vooral tijdens de broedtijd. In de winter zijn ze minder vaak te zien, maar af en toe zijn individuele vogels nog te spotten.
De Tjiftjaf heeft momenteel een gunstige beschermingsstatus in Nederland en België. De soort vertoont een stabiele populatietrend, hoewel er lokale variaties kunnen zijn. Bedreigingen voor de Tjiftjaf zijn habitatverlies door ontbossing en stedelijke ontwikkelingen, maar over het algemeen is de soort niet ernstig bedreigd.
De best beoordeelde foto's van deze soort.
De laatste waarnemingen van deze soort.