Phylloscopus borealis
De Noordse boszanger is een middelgrote zangvogel van ongeveer 12 tot 14 cm lang. Hij heeft een olijfbruine rug met een lichte onderzijde en opvallende, ongemarkeerde oogleden. Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk in uiterlijk, maar jonge vogels hebben een iets fletsere kleur. De soort kan worden verward met de groenling en andere boszangers, maar onderscheidend zijn de lange vleugels en de smalle staart. Een belangrijk herkenningspunt is ook het rustige, melodieuze gezang dat ze produceren tijdens het broedseizoen.
Noordse boszanger leeft voornamelijk in naaldbossen, maar is ook te vinden in gemengde bossen en soms in shrubs. Ze voeden zich vooral met insecten en andere ongewervelde dieren, maar eten ook bessen in de zomer. Het broedseizoen begint in mei, en het vrouwtje bouwt een nest op de grond, meestal beschut tussen de vegetatie. De soort is een trekvogel en trekt in de herfst naar hun overwinteringsgebieden in Zuid- en West-Europa, terugkerend naar het noorden in het voorjaar.
In Nederland en België is de Noordse boszanger voornamelijk te zien tijdens de migratie in het voorjaar en de herfst. De soort is vooral te vinden in de bossen van de Veluwe en andere bosrijke gebieden. Hij is niet algemeen en wordt als een zeldzame doortrekker beschouwd. De aanwezigheid van deze vogel kan variëren, afhankelijk van de weersomstandigheden en voedselbeschikbaarheid.
De Noordse boszanger staat niet specifiek op de rode lijst van bedreigde soorten, maar de habitatverandering en klimaatverandering kunnen een impact hebben op zijn populaties. De trend van de soort is moeilijk te bepalen door de beperkte gegevens. Bedreigingen voor deze soort kunnen bestaan uit het verlies van bosgebieden en veranderingen in milieuomstandigheden.