Phalaropus tricolor
De Grote franjepoot is een middelgrote steltloper, ongeveer 25 tot 28 cm lang. Het mannetje heeft een opvallende combinatie van grijze, witte en bruinrode kleuren met een kenmerkende donkere band over de ogen. Vrouwelijke Grote franjepoten zijn over het algemeen feller gekleurd met een meer uitgesproken patroon. Jongere vogels zijn doorgaans minder fel en kunnen verwarrend lijken op andere soorten zoals de Zwarte franjepoot. De Grote franjepoot heeft lange poten en een korte, spitse snavel, die goed zichtbare kenmerken zijn.
Grote franjepoten komen voor in ondiepe wateren en moerassen waar ze zich voeden met kleine ongewervelde dieren zoals insecten en kreeftachtigen. Het broedseizoen vindt plaats in de zomer, waarbij het mannetje een territorium verdedigt en het nest maakt op het land nabij water. De pondjes en eilanden zijn vaak bedekt met gras of andere vegetatie. Grote franjepoten zijn trekvogels; in de herfst migreren ze naar zuidelijke gebieden, terwijl ze in het voorjaar terugkeren naar hun broedgebieden.
In Nederland en België is de Grote franjepoot een zeldzame broedvogel, die voornamelijk gezien wordt tijdens de trek. In de maanden april tot juni kunnen ze op geschikte plekken worden waargenomen en in de nazomer, van augustus tot oktober, zijn ze eveneens te zien tijdens hun trek naar het zuiden. Het aantal waarnemingen tijdens de trek maakt dat ze af en toe in verschillende waterrijke gebieden in Nederland en België worden gespot, maar een aanhoudende populatie is er niet.
De Grote franjepoot staat op de Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten. De trend van de populatie is dalend, vooral door verlies van leefgebied en verstoring van broedgebieden. Daarnaast zijn veranderingen in waterbeheer en klimaatverandering bedreigende factoren die de soort onder druk zetten. Effectieve bescherming en monitoring zijn noodzakelijk om de soort in de toekomst veilig te stellen.