De Aalscholver is een grote vogel met een glanzend zwart verenkleed en een spanwijdte van ongeveer 130 cm. Volwassen vogels hebben een witte koptekening tijdens het broedseizoen, terwijl jonge vogels bruine tinten vertonen. Het onderscheid tussen mannetjes en vrouwtjes is weinig opvallend. De soort wordt soms verward met de Kuifaalscholver, die kleiner is en een subtiele kuif heeft. Tijdens het rusten zien Aalscholvers vaak met gespreide vleugels zittend op een tak of paal, wat helpt bij het drogen van hun verenkleed.
De Aalscholver is afhankelijk van wateren met een goede visstand. Hij jaagt vooral op kleine tot middelgrote vis, die hij vangt door onder water te duiken. De nesten worden meestal gebouwd in kolonies, vaak in bomen bij rustige wateren. Het broedseizoen loopt van maart tot juni, waarbij beide ouders de jongen verzorgen. In Nederland is de Aalscholver grotendeels sedentair, hoewel sommige groepen in de winter migreren naar voedselrijkere gebieden.
De Aalscholver is een algemene verschijning in Nederland en België, vooral rondom meren, rivieren, plassen en kustgebieden. Hij is het gehele jaar door te zien, hoewel de populatie in de winter kan aangroeien door vogels die uit Noord- en Oost-Europa komen. Kolonies zijn onder andere te vinden in de Biesbosch, Oostvaardersplassen en andere waterrijke gebieden.
De Aalscholver geniet bescherming onder internationale natuurwetgeving, waaronder de Vogelrichtlijn. De soort heeft zich goed aangepast aan veranderende omstandigheden en de populatie in Nederland wordt als stabiel beschouwd. Belangrijke bedreigingen zijn watervervuiling en verstoring van broedgebieden, hoewel deze factoren lokaal verschillen.