Oryctolagus cuniculus
Huisdierkonijnen hebben meestal een gemiddelde grootte van 30 tot 50 centimeter en wegen tussen de 1 tot 3 kilogram, afhankelijk van het ras. Ze hebben een stevige bouw met grote, rechtopstaande of hangende oren, meestal een ronde kop, en een zachte vacht die in diverse kleuren voorkomt. Mannetjes en vrouwtjes verschillen in geslachtskenmerken, waarbij mannetjes vaak een grotere kop en meer gespierd lichaam hebben. Jonge konijnen zijn kleiner en hebben een aandoenlijke verschijning, wat verwarring kan veroorzaken met sommige wilde konijnen.
Huisdierkonijnen worden meestal in huis of in een speciaal gebouwde ren gehouden. Ze voeden zich voornamelijk met hooi, pellets en verse groenten. In het wild leven ze in uitgebreide ondergrondse holen, maar huisdieren hebben vaak minder ruimte. De voortplanting kan het hele jaar door plaatsvinden, waarbij een vrouwtje meestal een nest van 4 tot 12 jongen werpt. Ze hebben geen trekgedrag, maar ze hebben wel bewegingsruimte nodig om gezond en gelukkig te blijven.
In Nederland en België zijn huisdierkonijnen algemeen te vinden, aangezien ze frequente huisdieren zijn. Ze worden meestal waargenomen in de huizen van particulieren en op dierenopvangcentra. Huisdierkonijnen kunnen het hele jaar door worden gezien, met name in de lente en zomer wanneer ze vaker buiten zijn in hokken of ren. In het wild komen ze minder voor, maar hun wilde tegenhangers zijn ook in bossen en velden te vinden.
Huisdierkonijnen vallen onder de regels voor gezelschapsdieren en hebben geen specifieke beschermingsstatus. De trends in de populatie zijn echter afhankelijk van de populariteit als huisdier en kunnen fluctueren. Bedreigingen voor huisdierkonijnen zijn onder andere een onjuiste verzorging, ongepaste huisvesting en de mogelijkheid van verwaarlozing of afgifte aan vluchtelingen of opvangcentra.