Oenanthe isabellina
De Izabeltapuit is een middelgrote tapuit met een lengte van ongeveer 16 tot 18 cm. Zijn verenkleed is voornamelijk zandkleurig met een lichtere buik, waardoor hij een enigszins gedempte uitstraling heeft. Mannetjes en wijfjes lijken sterk op elkaar, waarbij het mannetje vaak iets contrastrijker is. De staart heeft een karakteristieke donkere T-vormige tekening, een kenmerk dat ook andere tapuiten delen. Jonge vogels zijn vaak minder contrastrijk. De soort kan verward worden met soorten zoals de gewone tapuit en duintapuit, vooral door de gelijkenis in gedrag en formaat.
De Izabeltapuit is een vogel van open landschappen zoals graslanden, steppegebieden en halfwoestijnen. Het dieet bestaat voornamelijk uit insecten en andere kleine ongewervelden die hij vaak van de grond oppikt. Hij is een trekvogel die overwintert in Afrika en broedt in delen van Azië en Zuidoost-Europa. Tijdens het broedseizoen maakt de vogel gebruik van holen in de grond of tussen stenen om zijn nest te bouwen.
De Izabeltapuit wordt in Nederland en België slechts zeer zelden gezien, meestal tijdens de trektijd in het najaar. Het gaat hierbij om individuele dwaalgasten, vaak op open gebieden zoals akkers, duinen of heideterreinen. Waarnemingen zijn onvoorspelbaar en zeer uitzonderlijk, wat de soort tot een bijzondere verschijning maakt voor vogelaars.
De Izabeltapuit heeft als dwaalgast in Nederland en België geen speciale beschermingsstatus. In zijn reguliere leefgebied zijn habitatverlies en klimaatverandering mogelijke bedreigingen, hoewel specifieke gegevens over populatietrends beperkt zijn.