Mustela putorius
Bontgenaald is te herkennen aan zijn slanke, langgerekte lichaam en korte poten. Volwassen dieren wegen gemiddeld tussen de 0,7 en 1,2 kilogram en variëren in lengte van 30 tot 50 centimeter. Mannetjes zijn vaak groter dan vrouwtjes. De vacht is meestal bruin boven en lichtgeel tot wit aan de onderzijde, met een typische 'bont'-tekening. Ze kunnen verwisseld worden met de Europese fouine (Martes foina) of de bunzing (Mustela putorius furo), maar de Bontgenaald heeft een meer afgeronde neus en langere oren.
De Bontgenaald leeft voornamelijk in open bossen, graslanden en agrarische gebieden. Het dier is carnivoor en jaagt vooral op kleine zoogdieren zoals muizen en ratten, maar ook op vogels en insecten. De voortplanting vindt gemiddeld plaats in het voorjaar, waarbij vrouwtjes 4 tot 6 jongen kunnen krijgen in een nest dat doorgaans in een hol of onder een schuilplaats is gebouwd. De soort vertoont een voornamelijk sedentair gedrag en migreert niet.
In Nederland is de Bontgenaald eerder zeldzaam en komt deze vooral voor in het oosten en zuiden van het land, waar geschikte leefgebieden aanwezig zijn. In België is de soort zeer sporadisch te vinden, met enkele populaties in het zuiden van het land. De kans om een Bontgenaald te zien is het grootst tijdens de schemering en in de nacht, wanneer ze actiever zijn. Algemeenheid varieert per regio, maar de soort wordt over het algemeen als zeldzaam beschouwd.
De Bontgenaald staat in Nederland en België op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten en is beschermd onder de Wet natuurbescherming. De soort ondervindt druk van verlies van leefgebied door verstedelijking en intensieve landbouw. De populatie neemt geleidelijk af door deze bedreigingen, hoewel concrete cijfers over de trend ontbreken.