Muscardinus avellanarius
De hazelmuis heeft een grootte van ongeveer 7 tot 10 cm, met een staart van 7 tot 9 cm. De vacht is zijdeachtig en geelbruin tot lichtgrijs, met een zoete uitstraling door grote, ronde ogen en grote, ronde oren. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, maar vrouwtjes zijn vaak iets groter. Hazelmuis kan als het lijkt op andere kleine knaagdieren, zoals de bosmuis, maar die hebben een langere snuit en een andere vachtkleur.
Hazelmuis komt voor in dichtbegroeide gebieden, zoals loofbossen en struwelen, waar hij zich voornamelijk voedt met noten, zaden en bessen. Het dier is vooral actief in de nacht en maakt gebruik van zijn scherpe reukzin om voedsel te vinden. In de voortplantingstijd, die meestal valt in de lente, brengen vrouwtjes tot vijf jongen ter wereld. Er zijn geen aanwijzingen dat hazelmuis een migratiepatroon volgt, maar over het algemeen is de soort opnieuw te vinden in hetzelfde leefgebied na de winterslaap.
In Nederland en België is de hazelmuis vooral te vinden in de zuidelijke en oostelijke delen, waar voldoende loofbos aanwezig is. De soort is relatief zeldzaam en wordt vaak gemeld in natuurgebieden en parken, maar is niet overal even algemeen. Het beste moment om hazelmuis te observeren is tijdens de schemering, wanneer ze actief zijn. Door habitatverlies en andere factoren zijn ze in aantal afgenomen, waardoor ze moeilijk te vinden zijn.
De hazelmuis staat op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten in Nederland en België. De soort heeft te maken met habitatverlies door ontbossing en verstedelijking, wat een negatieve impact op zijn populatie heeft. Hiervoor zijn verschillende beschermingsmaatregelen getroffen, waaronder het bevorderen van de biodiversiteit in bestaande leefgebieden. Het behoud van hun natuurlijke habitats is cruciaal voor de instandhouding van de soort.