Milvus milvus
De Rode wouw heeft een spanwijdte van 155 tot 165 cm en een lichaamslengte van 55 tot 65 cm. Hij heeft een diepbruine kleur met een opvallend wit flankpatroon en een witte staartbasis. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk te onderscheiden, maar vrouwtjes zijn vaak iets groter. Jongere vogels hebben een meer gespikkelde verschijning en minder uitgesproken kleuren. De Rode wouw kan verwarrend zijn met andere roofvogels zoals de zwarte wouw, maar de gekerfde staart en het kleurpatroon helpen bij de identificatie.
De Rode wouw komt voor in open gebieden zoals velden, bossen en moerassen. Hij voedt zich voornamelijk met kleine zoogdieren zoals muizen en ratten, maar ook met vogels en aas. De voortplanting vindt plaats in het voorjaar, waarbij het vrouwtje ongeveer 2 tot 5 eieren legt in een nest dat hoog in een boom is gebouwd. Deze soort is gedeeltelijk trekvogel en trekt in de herfst naar milderere gebieden, vooral naar Zuid- en West-Europa.
In Nederland en België is de Rode wouw vooral te zien in de duinen en in agrarische gebieden. De soort is vrij zeldzaam en wordt vooral in het najaar en de winter waargenomen. In de broedtijd komen ze ook voor in het binnenland. De Rode wouw heeft de afgelopen jaren een lichte toename in populatie gezien, maar blijft kwetsbaar.
De Rode wouw staat op de Rode Lijst van bedreigde soorten in Nederland en België. De populatie is de afgelopen decennia onder druk komen te staan door habitatverlies en verstoring. Gelukkig zijn er beschermingsmaatregelen en initiatieven genomen om de soort te ondersteunen, wat heeft geleid tot een stabilisatie in de populatie. Verdere monitoren van bedreigingen zoals pesticidegebruik is belangrijk voor de toekomst.