Microtus arvalis
De Akkerwoelmuis heeft een stevige bouw met een lichaamslengte van ongeveer 8 tot 10 cm, exclusief de staart die ongeveer 3-5 cm lang is. De vacht is doorgaans bruinachtig of grijs, met een lichte buikzijde. Het is lastig om mannetjes en vrouwtjes van elkaar te onderscheiden op uiterlijk, terwijl jongen kleiner zijn en een minder uitgesproken kleur hebben. De soort kan verwarrend zijn met andere muizensoorten zoals de huis- of veldmuis, maar de akkerwoelmuis heeft doorgaans een kortere staart en een bredere kop.
De Akkerwoelmuis komt het meest voor in graslanden, akkervelden en vochtige gebieden. Dit knaagdier voedt zich voornamelijk met gras, kruiden en zaden, en is een herbivoor. De voortplanting vindt plaats van maart tot september, waarbij het vrouwtje enkele nesten per jaar kan hebben, elk met 3-6 jongen. Er is geen bekend trekgedrag bij deze soort; ze zijn het hele jaar door aanwezig in hun leefgebieden.
In Nederland en België is de akkerwoelmuis in grote delen van het land te vinden, vooral in agrarische gebieden en langs waterkanten. Ze zijn relatief algemeen, maar kunnen lokaal in aantal variëren afhankelijk van het seizoen en de beschikbaarheid van voedsel. Meestal zijn ze te spotten in de maanden tussen maart en november, wanneer ze actief zijn.
De Akkerwoelmuis staat op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten in Nederland als 'Kwetsbaar'. De populatie vertoont een dalende trend door habitatverlies en intensieve landbouw. Verdere bedreigingen zijn het gebruik van pesticiden en veranderingen in landgebruik die hun leefomgeving aantasten.