Het korhoen is een grote vogel met een lengte van ongeveer 40 tot 50 cm. Mannetjes zijn vaak groter en hebben een opvallend zwart verenkleed met een glanzende groenige glans en lange, rechte staartveren. Vrouwtjes zijn kleiner en hebben een bruin-gemêleerd verenkleed, wat hen helpt bij camouflage. Jonge korhoenders lijken op het vrouwtje, maar zijn doorgaans iets lichter van kleur. Het kan verward worden met andere hoenderachtige vogels, maar de combinatie van grootte, verenkleed en de lange staartveren van het mannetje zijn onderscheidend.
Korhoenders hebben een voorkeur voor open heidevelden, natte graslanden en moerasgebieden. Ze voeden zich met zaden, bessen, insecten en ander plantaardig materiaal. De voortplanting vindt plaats in het voorjaar, waarbij het mannetje met zijn baltsgedrag het vrouwtje probeert te imponeren. Het vrouwtje bouwt een nest op de grond, waar ze meestal 8 tot 12 eieren legt. Tegelijkertijd is er geen bekend trekgedrag; korhoenders zijn meestal standvogels.
In Nederland en België is het korhoen te vinden in verreikende, ongerepte natuurgebieden, vooral in de Veluwe en de Belgische Ardennen. De soort is vrij zeldzaam en komt steeds minder voor door habitatverlies. Korhoenders zijn het best te observeren tijdens de lente, wanneer de balts plaatsvindt, maar hun aantal en zichtbaarheid zijn de laatste jaren afgenomen en het aantal waarnemingen is beperkt.
Het korhoen staat op de Nederlandse rode lijst als ernstig bedreigd en ziet een geleidelijke afname van zijn populatie. Bedreigingen voor de soort zijn onder meer habitatverlies door verstedelijking, intensieve landbouw en ontbossing. Beschermingsmaatregelen zijn van belang om de overlevingskansen van deze soort te vergroten.