Lullula arborea
De Boomleeuwerik is ongeveer 15 tot 17 cm groot en heeft een slank postuur. Het verenkleed is bruinachtig met lichtere stippen en een lichte buik, waardoor deze soort vrij goed te camoufleren is in zijn omgeving. Mannetjes en vrouwtjes zijn in uiterlijk vrijwel gelijk, met enige variatie in zang. De Boomleeuwerik kan makkelijk verward worden met de veldleeuwerik, maar deze laatste heeft een kortere staart en een andere zangstijl. Een goede herkenningsmethode is het luisteren naar de zang, die melodieuzer en minder staccato is dan die van verwante soorten.
De Boomleeuwerik komt voor in open gebieden met gras en lage vegetatie, vaak in de nabijheid van bossen of houtwallen. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit zaden, insecten en andere kleine ongewervelde dieren. De voortplanting vindt meestal plaats van april tot juli, waarbij het vrouwtje een nest bouwt op de grond, vaak verscholen tussen gras of struiken. De soort is een trekvogel en verlaat Nederland en België in de herfst om naar warmer gebieden in Zuid-Europa en Noord-Afrika te migreren, hoewel niet alle individuen migreren.
In Nederland en België kan de Boomleeuwerik voornamelijk worden waargenomen in de maanden van maart tot september, wanneer ze in het broedgebied zijn. Deze soort komt vooral voor in de Veluwe en de Sallandse Heuvelrug in Nederland, en in gebieden zoals de Vlaamse Ardennen en de Waalse heuvels in België. De Boomleeuwerik is geen alledaagse soort en wordt als zeldzaam beschouwd in Nederland en België, wat te maken heeft met het afnemen van geschikt leefgebied.
De Boomleeuwerik staat op de Rode Lijst van bedreigde soorten in Nederland, waar hij als 'kwetsbaar' wordt aangemerkt. De populatie vertoont een dalende trend als gevolg van habitatverlies door landbouw- en stedelijke ontwikkeling. Verder kunnen intensivering van het landschapsbeheer en het gebruik van pesticiden ook een bedreiging vormen voor het voortbestaan van deze soort.