Linaria cannabina
De Kneu is een vrij kleine vogel, ongeveer 14 centimeter lang, met een stevige bouw. Het meest kenmerkende is het mannelijke exemplaar met een roestbruine rug en een helderrode onderzijde, terwijl het vrouwtje een meer gedempte bruine kleur heeft met lichtere onderdelen. Jonge Kneus zijn meer kleurloos en vertonen een vergelijkbaar uiterlijk als het vrouwtje. Verwarring kan optreden met andere vinken, zoals de Europese garnaal, maar de Kneu heeft een kortere staart en een andere zang.
Kneus zijn vaak te vinden in lichte bosjes, open veld en langs graanakkers waar ze hun voedsel zoeken. Hun dieet bestaat voornamelijk uit zaden, vooral van grasachtige planten en kruiden. De voortplanting vindt plaats in het voorjaar, waarbij het vrouwtje een nest bouwt in laag gebladerte, meestal dicht bij de grond. De Kneu is deels sedentaire en deels trekvogels, hoewel het exacte trekgedrag per populatie kan verschillen.
In Nederland en België is de Kneu vooral te zien in agrarische gebieden en natuurgebieden met open vegetatie, zoals heide en graslanden. Ze zijn het meest zichtbaar in de lente en de zomer, wanneer ze zich voortplanten. De soort is schaarser geworden in stedelijke omgevingen en is in sommige regio's een kwetsbare soort. In de laatste jaren zijn er toch weer enkele toenames in bepaalde gebieden te observeren.
De Kneu staat op de Nederlandse Rode Lijst als een kwetsbare soort. De trend is zorgwekkend door habitatverlies en intensivering van de landbouw. Bedreigingen zijn onder andere het verdwijnen van geschikte nestlocaties door modernisering van het landschap en gebruik van bestrijdingsmiddelen die hun voedselbronnen aantasten.