De Daurische klauwier heeft een gemiddelde lengte van 18 tot 20 cm. Het mannetje heeft een kastanjebruine bovenkant, een lichte buik en een zwart masker rond de ogen. Vrouwtjes zijn meestal wat fletser van kleur met een minder uitgesproken masker. Jongeren lijken veel op de volwassen vogels, maar zijn vaak grauwer en hebben onvolledige kleuren. Ze kunnen verward worden met andere klauwieren, zoals de roodstaartklauwier, maar de Daurische klauwier heeft een minder uitgesproken staart en een andere kleurenschema.
De Daurische klauwier komt voornamelijk voor in open landschappen met struikgewas en verspreide bomen. Als carnivoor voedt hij zich met insecten, kleine knaagdieren en soms vogels. De voortplanting vindt plaats in de lente, waarbij het vrouwtje het nest bouwt en meestal 4-6 eieren legt. De soort is migrerend en trekt vaak naar het zuiden in de wintermaanden, wat hun aanwezigheid in Nederland en België seizoensgebonden maakt.
In Nederland en België wordt de Daurische klauwier sporadisch waargenomen, vooral in de migratieperiodes in het voorjaar en de herfst. De soort is zeldzaam en er zijn slechts enkele meldingen van waarnemingen in het verleden. Het aantal waarnemingen neemt echter toe in de laatste jaren, wat kan wijzen op een toename in het aantal migrerende vogels.
De Daurische klauwier heeft geen speciale beschermingsstatus in Nederland of België, maar de soort is wel kwetsbaar wegens habitatverlies en veranderingen in landgebruik. De trend is onbekend, maar het aantal waarnemingen blijft laag, wat kan wijzen op schommelingen in populatiegrootte en verspreiding. Bedreigingen voor deze soort zijn onder andere intensieve landbouw en verlies van geschikte broedgebieden.