Icterus galbula
De Baltimoretroepiaal heeft een lengte van ongeveer 20 tot 23 centimeter en een vleugelspanwijdte van 30 tot 35 centimeter. Het mannetje heeft een felgeel lichaam met een zwarte kop en een zwarte rug, terwijl het vrouwtje een meer gedempte kleurstelling heeft met iets minder helder geel. Jongere vogels lijken meer op de vrouwtjes, maar zijn licht gestreept. Vanwege zijn kleur kan de Baltimoretroepiaal verward worden met andere soorten zangvogels zoals de Geelgors, maar de duidelijke zwart/geel kleurpatronen zijn vaak een onderscheidend kenmerk.
De Baltimoretroepiaal houdt voornamelijk van open bossen, struikgewas en tuinen met fruitbomen waar hij jaagt op insecten en fruit. In het broedseizoen maakt het vrouwtje een hangnest in bomen, merkbaar door de stevige constructie. Het dieet bestaat voornamelijk uit insecten, bessen en fruit gedurende de zomermaanden. Hun trekgedrag is er op gericht om in de winter naar de zuidelijke delen van Noord-Amerika en Midden-Amerika te migreren, wat hen in Nederland en België slechts tijdelijk maakt.
In Nederland en België is de Baltimoretroepiaal zeer zeldzaam en tref je hem sporadisch aan, meestal als dwaalgast in de late lente of de vroege zomer. Er zijn enkele waarnemingen in de afgelopen jaren geweest, vooral in parken of tuinen dichtbij watergebieden. Door de zeldzaamheid en de associatie met bepaalde habitats is de kans om deze vogel te zien in Nederland en België zeer gering.