Hippolais icterina
De Spotvogel heeft een lengte van ongeveer 14 tot 15 cm en een spanwijdte van 20 tot 22 cm. Zijn bovenkant is olijfbruin terwijl de onderzijde geelachtig is, met een lichte stipple op de borst. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, maar jonge vogels zijn meestal iets minder fel van kleur. De Spotvogel kan verward worden met andere zangvogels zoals de Grote Karekiet en de Rietzanger, maar de unieke kleurstelling en het gedrag maken het vaak mogelijk om hem te identificeren.
De Spotvogel geeft de voorkeur aan vochtige biotopen met dichte begroeiing, zoals rietvelden en de randen van wateren. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit insecten en andere ongewervelden. Het broedseizoen begint in mei, waarin het vrouwtje 4 tot 6 eieren legt in een goed verborgen nest. Na een broedperiode van ongeveer 12 tot 14 dagen komen de jongen uit. De Spotvogel vertrekt in het najaar naar warmere oorden om te overwinteren.
In Nederland en België is de Spotvogel een zomergast die meestal van eind april tot begin september te zien is, vooral in de oostelijke en zuidelijke delen van het land. Hij komt vaker voor in gebieden met geschikte leefomstandigheden, maar is over het algemeen een zeldzamere soort. De Spotvogel is in het binnenland moeilijk te vinden, maar wordt vaker gespot langs de randen van wateren en in moerassige gebieden.
De Spotvogel heeft geen speciale beschermingsstatus, maar zijn populaties kunnen fluctuerend zijn door habitatverlies door ontwatering en ruilverkaveling. Er zijn geen concrete gegevens over de trend van de populatie in Nederland, maar zoals veel broedvogels heeft deze soort mogelijk te lijden onder veranderingen in het landschap. Specifieke bedreigingen zijn niet goed gedocumenteerd.