Grus grus
Kraanvogels zijn grote vogels met een lengte van ongeveer 100 tot 120 cm en een spanwijdte van 180 tot 240 cm. Ze hebben een slank lichaam, lange poten en een lange nek. De volwassen vogels zijn voornamelijk grijs met een zwart hoofd en een opvallende rode bult boven de ogen. Mannetjes en vrouwtjes zijn moeilijk te onderscheiden, maar mannetjes zijn doorgaans iets groter. Jonge kraanvogels zijn minder fel gekleurd en hebben een bruinere tint. Ze kunnen verwarring veroorzaken met andere grote vogels zoals de ooievaar, maar zijn te herkennen aan hun langere poten en hun elegantere vlucht.
Kraanvogels geven de voorkeur aan natte gebieden zoals moerassen en rietlanden voor hun broedplaatsen. Ze voeden zich voornamelijk met granen, zaden en bladeren, maar ook met kleine ongewervelden. Het broedseizoen loopt van april tot juni, waarbij ze een nest bouwen op de grond in de nabijheid van water. Kraanvogels zijn trekvogels en migreren in de herfst naar warmer gebied, zoals Zuid-Europa en Afrika, en keren in het voorjaar terug naar hun broedgebieden. Hun trekgedrag is een belangrijk aspect van hun levenscyclus.
In Nederland zijn kraanvogels voornamelijk te zien in het voorjaar en de herfst tijdens hun trek. Ze broeden in enkele gebieden zoals de Oostvaardersplassen en de Weerribben. De soort is in Nederland steeds gebruikelijker geworden, maar blijft afhankelijk van geschikte habitats. In België zijn ze zeldzamer, maar worden sporadisch gezien, vooral in de zomermaanden en tijdens hun trekperiode. De kans om ze te zien neemt toe in beschermde natuurgebieden.
De kraanvogel staat op de rode lijst als kwetsbaar in Nederland en België. De populatie lijkt de afgelopen jaren licht toenemend, maar blijft onder druk staan door habitatverlies en verstoring in hun broedgebieden. Het behoud van waterrijke natuurgebieden is cruciaal voor de toekomst van deze soort. Beschermingsmaatregelen zijn onder andere gericht op het herstel van moerasgebieden en het verminderen van verstoringen tijdens het broedseizoen.