De Gaai heeft een lichaamslengte van ongeveer 34 tot 35 centimeter en een spanwijdte van 50 tot 60 centimeter. Zijn hoofd is lichtblauw en heeft een zwarte nagel en een zwart masker rond de ogen. Mannetjes en vrouwtjes zijn qua uiterlijk vrijwel identiek, maar de juveniele Gaai heeft een minder uitgesproken kleur en een meer bruinachtige uitstraling. Hij kan makkelijk verward worden met de Eurasische Ekster, maar de Gaai heeft een minder lange staart en geen gescheurde vleugels.
De Gaai bewoont een verscheidenheid aan leefgebieden, maar geeft de voorkeur aan gemengde bossen met voldoende ondergroei. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit noten, zaden en insecten, maar hij is ook een omnivoor die soms ander voedsel zoekt. De broedtijd begint in april en de vrouwtjes leggen gewoonlijk tussen de 4 en 6 eieren. Na een broedperiode van ongeveer 16 tot 18 dagen komen de eieren uit. Gaien zijn meestal standvogels, maar kunnen in de winter naar andere gebieden trekken op zoek naar voedsel.
In Nederland en België is de Gaai een vrij algemene soort die kom je zowel in stedelijke als landelijke gebieden tegen. Ze zijn heel het jaar door te zien, hoewel ze in de winterperiode iets minder actief zijn vanwege het voedselaanbod. De Gaai is vooral zichtbaar in bossen en parken, waar hij zich vaak schuilhoudt in de bomen.
De Gaai heeft een gunstige beschermingsstatus in Nederland en België, en de populatie lijkt stabiel te zijn. Wel kunnen habitatverlies door ontbossing en verstedelijking negatieve invloeden hebben op lokale populaties. In sommige gebieden kan jagersactiviteit ook een bedreiging vormen, maar deze zijn beperkt.