Emberiza pusilla
De Dwerggors is een relatief kleine vogel, ongeveer 14 tot 15 cm lang. Mannetjes hebben een opvallend gele kop, een zwart gezicht en een kleurrijke borst, terwijl vrouwtjes en jonge vogels meer bruingrijs zijn met minder opvallende kenmerken. Dit kan verwarring veroorzaken met andere gorzen, zoals de Grasklokje en de Veldgors. De Dwerggors heeft een korte, rechte staart en een stevige snavel, wat helpt bij het herkennen van de soort.
Dwerggorzen leven voornamelijk in natte graslanden, rietvelden en moerasgebieden. Ze voeden zich hoofdzakelijk met zaden, insekten en andere plantaardige materialen. Het broedseizoen begint in mei, waarbij het vrouwtje een geschikt nest bouwt in het gras of riet. Na de broedtijd vertrekt een deel van de populatie naar warmere gebieden, terwijl andere overwinteren in Nederland en België.
In Nederland en België komt de Dwerggors vooral voor in de zomermaanden, vooral in natte gebieden zoals rietvelden en moerasgebieden. De soort is vrij zeldzaam, en de aantallen fluctueren, daarmee is hij niet overal even algemeen. Tijdens de trekperiodes is de kans om deze vogel te zien groter, vooral in de maanden mei en september.
De Dwerggors staat onder druk door habitatverlies en intensivering van de landbouw. De soort is lokaal beschermd, maar de algemene trend in populaties is zorgwekkend. Specifieke beschermingsmaatregelen en het behoud van moerasachtige leefgebieden zijn belangrijk voor het voortbestaan van deze soort.