De Geelgors is een middelgrote zangvogel van ongeveer 16 tot 18 cm lang. Het mannetje heeft een felgele buik, een groenachtige rug en een opvallende zwarte kopstreek, terwijl het vrouwtje en jonge vogels minder felgekleurd zijn en een meer bruine tint hebben. De Geelgors kan verward worden met andere gorzen, zoals de Roodborstje-gors, maar valt op door zijn specifieke gele kleur en zwarte strepen op de kop.
De Geelgors leeft voornamelijk in open graslanden, akkers en rondom ongerepte natuurgebieden. Zijn dieet bestaat uit zaden, gras en insecten, afhankelijk van het seizoen. De voortplanting vindt plaats in het voorjaar, waarbij het vrouwtje een nest bouwt op de grond of in struikgewas, waar ze meestal 3 tot 6 eieren legt. De soort is deels trekvogel, met een deel van de populatie die in de winter naar gebieden in het zuiden van Europa trekt.
In Nederland en België is de Geelgors vooral te zien van maart tot oktober, wanneer hij zich voortplant. De soort is niet bijzonder algemeen en wordt af en toe als kwetsbaar beschouwd door het verlies van leefgebied door intensieve landbouw. In bepaalde gebieden zijn er nog stabiele populaties, maar in andere regio's neemt het aantal waarnemingen af.
De Geelgors staat op de rode lijst van vogels in Nederland en België als kwetsbaar. De trend van de soort is afnemend, voornamelijk door habitatverlies en veranderingen in het agrarisch beheer. Er zijn maatregelen genomen om de soort te beschermen, maar verdere aandacht voor het behoud van geschikte leefgebieden is noodzakelijk.