Egretta garzetta
De Kleine zilverreiger is een slanke vogel van ongeveer 60-65 cm lang, met een lange nek en poten. Het zwartachtige snavelpunt en de volledig witte verenkleed zijn kenmerkend. Er zijn geen duidelijke verschillen tussen man en vrouw; beide partners zijn gelijk in uiterlijk. Jongere vogels hebben soms een wat grijzerig of bruinachtige tint. Ze kunnen verward worden met de grotere Zilverreiger, maar onderscheiden zich door hun kleinere formaat en koperkleurige veren in de broedperiode.
Kleine zilverreigers geven de voorkeur aan ondiepe wateren met een rijke vegetatie. Hun dieet bestaat vooral uit vis, amfibieën en andere kleine waterdieren. Ze broeden in kolonies en bouwen hun nesten vaak in bomen of struiken in de nabijheid van water. De broedtijd begint in het voorjaar en de jongen verlaten het nest na ongeveer zes weken. Kleine zilverreigers zijn gedeeltelijk trekvogels; sommige populaties trekken tijdens de winter naar warmere gebieden.
In Nederland zijn Kleine zilverreigers vooral te zien in de zomermaanden, maar steeds vaker worden ze ook in de winter aangetroffen. Ze broeden voornamelijk in de waterrijke gebieden van het westen en zuiden van het land, en hun aantallen zijn de laatste jaren aan het toenemen. In België komt de soort vooral voor in de polders en langs waterlopen, maar blijft nog relatief zeldzaam.
De Kleine zilverreiger staat op de Rode Lijst van de Nederlandse vogels, maar de trend is momenteel positief en hun aantal neemt toe. Bedreigingen zijn onder andere het verlies van leefgebied door verlandingen en waterbeheer, maar verder zijn er geen specifieke bedreigingen bekend die tot grote populatiekrimp leiden.