Cursorius cursor
De Renvogel heeft een gemiddelde lengte van 26 tot 29 centimeter en een spanwijdte van ongeveer 60 centimeter. Deze vogel heeft een slank, gestroomlijnd lichaam met lange poten en een korte, afgeronde staart. Zowel mannelijke als vrouwelijke Renvogels zien er vrijwel identiek uit, met een zandkleurige tot bruinachtige bovenkant en een lichtere onderzijde. Jongere vogels hebben vaak een minder uitgesproken kleurpatroon, wat verwarring kan veroorzaken met andere soortgenoten, zoals de jonge kievit of andere steltlopers.
Renvogels geven de voorkeur aan droge, open terreinen met kort gras, zoals akkers en extensief beheerde graslanden. Hun dieet bestaat voornamelijk uit insecten en andere kleine ongewervelden, die ze op de grond zoeken. De voortplanting vindt meestal plaats in de maanden mei en juni, waarbij het nest bestaat uit een eenvoudig kuiltje in de grond. Renvogels zijn migrerende vogels en trekken in de winter naar warmere gebieden, maar exacte migratieroutes zijn moeilijk te traceren.
In Nederland is de Renvogel voornamelijk te vinden in de duinen en andere open, droge gebieden, maar hij is uiterst zeldzaam. Zijn voorkomen is sporadisch en vooral gericht op bepaalde natuurgebieden in het zuiden en westen van het land. In België is de soort nog schaarser, met enkele waarnemingen in landelijke gebieden. De beste tijd om deze vogel te observeren is tijdens de lente en vroege zomer.
De Renvogel staat op de Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten in Nederland, wat aangeeft dat zijn aantal afneemt. De belangrijkste bedreigingen zijn verlies van leefgebied door intensieve landbouw en verstedelijking. Beschermde natuurgebieden en herstelprojecten voor open graslanden kunnen bijdragen aan het behoud van deze soort, maar verdere monitoring is vereist.