Curruca communis
De Grasmus is een relatief kleine zangvogel van ongeveer 13 tot 14 cm lang. Het mannetje heeft een grijze rug en een lichte buik, terwijl het vrouwtje en jonge vogels meestal wat bruiniger zijn. Opvallend is de gele oogring en de korte staart. Ze kunnen verwarrend zijn met de Roodborstje, maar de Grasmus heeft een karakteristieke zang en een andere kleurpatroon. De Grasmus is te herkennen aan zijn onderscheidende zang en zijn soms schuwe gedrag.
De Grasmus komt voor in dichte struikgewas, heggen en rietvelden, waar hij zich graag verschuilt. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit insecten en bessen, wat hem in staat stelt zich goed aan te passen aan verschillende seizoenen. De voortplanting vindt plaats van mei tot juli, en het nest wordt vaak laag in de vegetatie gebouwd. De Grasmus is niet bekend als een sterke trekker en kan in sommige gebieden het hele jaar door blijven.
In Nederland en België is de Grasmus een zomerse bezoeker, die doorgaans arriveert in april en vertrekt in oktober. Hij is het meest te zien in de landbouwgebieden met voldoende struikgewas. De soort is op zich niet zeldzaam, maar kan lokaal in aantal variëren afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikte habitat.
De Grasmus wordt als een soort van minst zorgwekkend geclassificeerd, maar zijn aantal is de afgelopen jaren afgenomen door habitatverlies en intensivering van de landbouw. Dit heeft geleid tot een negatieve trend in sommige gebieden. Beschermingsmaatregelen zijn nodig om het leefgebied van de Grasmus te behouden en te herstellen.