De Houtduif is een middelgrote duif met een lichaamslengte van ongeveer 40 tot 42 cm. Hij heeft een grijsbruine kleur met zwarte en witte accenten, zoals de karakteristieke witte vlekken op de hals en de uiteinden van de vleugels. Mannetjes en vrouwtjes lijken sterk op elkaar, maar het mannetje is vaak iets groter en heeft een iets fellere kleur. Jongere Houtduiven zijn doorgaans meer bruin en missen de duidelijke contrasten van volwassen exemplaren. Ze kunnen verward worden met andere duivensoorten zoals de Turkse tortel en de gewone tortel.
De Houtduif komt voor in een verscheidenheid aan habitats, waaronder bossen, parken, tuinen en landbouwgebieden. Ze voeden zich voornamelijk met zaden, noten en vruchten, wat hen ook aan de rand van akkers en in boomgaarden brengt. De voortplanting vindt plaats van maart tot juli, waarbij het vrouwtje meestal twee eieren legt in een eenvoudig nest. Houtduiven zijn deels standvogels, maar tijdens de strenge wintermaanden kunnen ze tijdelijk naar andere gebieden trekken om voedsel te zoeken.
In Nederland en België is de Houtduif een veelvoorkomende soort, vooral in vegetatierijke gebieden zoals bossen en parken. Ze zijn het hele jaar door aanwezig, maar in de zomer zijn ze meer zichtbaar door hun broedactiviteit. In stedelijke gebieden zien we ze zelfs frequent in de openbare ruimte. De soort is inderdaad algemeen en kan op veel plaatsen worden waargenomen, maar zijn aanwezigheid kan per seizoen variëren.
De Houtduif is beschermd onder de Europese vogelrichtlijn. De populaties lijken stabiel te zijn, hoewel lokale schommelingen kunnen voorkomen. Bedreigingen voor de soort zijn onder andere habitatverlies door verstedelijking en intensieve landbouwpraktijken, maar over het algemeen heeft de soort zich goed weten aan te passen aan menselijke veranderingen in het landschap.